Zindelijkheid

Enkele tips

Plaats het potje van uw kind in de buurt van waar hij/zij speelt. Zo komt uw kind in contact met het potje. Als ouder kunt u misschien eens de knuffel van uw kind op het potje plaatsen. Dit kan leuke reacties uitlokken. 
Hierbij kunt u ook het kleine potje en het knuffelkonijn plaatsen. Uw kind kan hier dan vrij mee spelen.

Trek uw kind gemakkelijke kleren aan.
Bijvoorbeeld: een broekje zonder knoop, maar met een elastiek; geen riem in het broekje; een rok voor de meisjes; …

Neem uw kind ook af en toe mee als u zelf naar het toilet moet. Zo ziet uw kind wat er gebeurt op het toilet en zal het u imiteren.

Vraag regelmatig aan uw kind of het moet plassen, zo leert uw kind zelf beseffen wanneer hij naar het toilet moet. Probeer aan het gedrag van uw kind te zien wanneer hij/zij moet plassen en herinner uw kind er vaak aan.

Zorg dat uw kind op een comfortabel potje kan zitten. Daarmee wordt bedoeld een potje waar het kind gemakkelijk op kan gaan zitten, maar er ook gemakkelijk af kan. Samen potje gaan kopen, hoe eenvoudiger hoe beter (geen deksel, geen muziekjes, wel een leuk kleurtje bv)

Wanneer je een verkleinbril gebruikt, zorg dan voor een opstapje. Zo voelt het kind zich ondersteunt wanneer het op het toilet zit en kan het zich ook afduwen als het eraf wil. (vele kinderen zijn niet direct fan van een verkleinbril. Gebruik die pas als het potjesstadium voorbij is, als overgang naar ’het grote toilet’)

Wanneer je op vakantie, naar een feestje, op bezoek of op weekendje gaat, neem je best het potje van thuis mee. Zo onderbreek je het zindelijkheidsproces niet, want er bestaat een kans dat uw kind terugvalt en dat je moet herbeginnen met de training. 

Het is belangrijk rustig te blijven en zeker niet boos te worden wanneer het kind een ongelukje heeft. Dit stimuleert het kind niet. Boos worden heeft meestal een omgekeerd effect. Doet uw kind nog niets op het potje. Volgende keer misschien wel. Volhouden is de boodschap! Wat misschien wel helpt is de natte broek tonen, er eens aankomen, aan ruiken. Zo beseft de peuter wat ‘een ongelukje’ nu eigenlijk is.

Maak van iedere geslaagde plas of ontlasting een succes door met simpele beloningen te werken, dit kan motiverend zijn voor het kind. Maak gebruik van de beloningskaart, een applaus, een dikke duim, een zoen, stimulerende woorden zoals ‘Goed gedaan’, ‘Flink’, ‘Bravo’, …

Uw kind de inhoud van het potje laten deponeren in het grote toilet, kan motiverend werken. Zelf spoelen vinden ze meestal ook geweldig.

Wanneer het op het potje gaan even niet lukt, accepteer dit als iets wat kan gebeuren. Heel veel kinderen die zindelijk proberen te worden, maken dit mee. Wel volhouden is de boodschap. Pamper af is pamper blijft af anders is er geen regelmaat en is dit heel verwarrend voor uw kind. 

Uw kind hoeft ’s nachts nog niet zindelijk te zijn. 

Nog enkele weetjes: 

  • Pas starten als kind ‘kan spreken’ , als hij of zij weet wat kaka en pipi en potje zijn. 

  • ’s morgens bij opstaan pamper af en ’s avonds pas terug aan. Niet tussendoor weer aandoen want dat is verwarrend. Je kan bv wel de afspraak maken in de auto wel, enkel in bedje, …

  • Niet beginnen als er een verandering in het leven van het kind is bv nieuw zusje of broertje, verhuis, 1e week van het schooljaar

  • Alle betrokkenen moeten meewerken; ouders, juf, grootouders, dagmoeder, …

  • Ga uit van het principe: op het potje gaan is een feest, in de broek doen is voor kleine baby’tjes, grote jongens en meisjes gaan op het potje zoals mama en papa.

  • Uitzonderlijk kunnen bepaalde kinderen zich niet ontspannen op een potje, zet het potje voor de tv, breng speelgoed of een boekje mee. Dan kan het kind bijvoorbeeld 15min op het potje zitten (dit is meestal de eerste keren omdat ze niet zo goed weten wat ze moeten doen op het potje. Een toevallig plasje met veel vreugde van mama of papa erbij en ze weten wat de bedoeling is)

  • De pampers van vandaag zijn zo comfortabel dat kinderen niet meer voelen als hij nat is. Daarom geen zindelijkheidstraining met pamperbroekjes maar met slipjes en eventueel zo’n sponsen broekjes die extra zwaar worden als ze nat zijn ☺

  • En een laatste tip: tapijt weg, meubels aan de kant en gordijnen dicht. en u kind kan in zijn blootje rondlopen ☺

Informatie omtrent potjes en verkleinbrillen

Er bestaan verschillende soorten potjes. Voor de jongens is het beter om een hoger potje te nemen, zodat hun plasser in het potje blijft. Zo kunnen ze er niet uit plassen. Voor de meisjes kan je een lager potje gebruiken.

Indien u met een verkleinbril op het toilet werkt, neemt u er best een die gebruiksvriendelijk is. Zorg voor een voorgevormd zitvlak en een voldoende hoge rugsteun. Een verkleinbril die geklemd zit tussen de bril van het toilet en het toilet zelf, is ideaal. Zo zit de verkleinbril goed vast.
Een opstapje is handig wanneer uw kind op het grote toilet gaat. Zo kan uw kind gemakkelijk zelf op het toilet gaan en voelt het kind zich ondersteunt wanneer het op het toilet zit. Uw kind kan zich dan ook afduwen als het eraf wil. 







Geen opmerkingen:

Een reactie posten